Uitspraak
Beschikking op het op 15 september 2017 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster]
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief van 3 november 2017 van de zijde van de IND;
- de brief van 22 februari 2018 van de zijde van de IND;
- de conclusie van de officier van justitie van 7 juni 2018;
- de fax van 15 juni 2015, met bijlage, van de zijde van verzoekster.
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoekster is geboren op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] , Volksrepubliek China. Zij verkreeg bij haar geboorte de Chinese nationaliteit.
- Op 23 januari 2009 is laatstelijk aan haar een Chinees paspoort verstrekt, geldig tot 22 januari 2019.
- Verzoekster is met de heer [naam echtgenoot] getrouwd en heeft zich in Nederland gevestigd. Zij is bij Koninklijk Besluit van 9 juli 2014 genaturaliseerd tot Nederlandse.
- Artikel 9 van Pro de Nationaliteitswet van de Volksrepubliek China, vastgesteld door de Derde Zitting van het Vijfde Nationale Volkscongres op 10 september 1980, bepaalt:
- Op 22 maart 2017 heeft verzoekster bij de gemeente [plaatsnaam] een verklaring tot afstand van het Nederlanderschap ondertekend.
- Bij brief van 3 april 2017 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie desgevraagd aan de behandelend ambtenaar van de gemeente [plaatsnaam] medegedeeld dat aan de door verzoekster afgelegde afstandsverklaring geen rechtsgevolg wordt verbonden omdat zij dan staatloos zou zijn, tenzij een recent bewijsstuk van het bezit van de Chinese nationaliteit wordt overgelegd, dat niet mag zijn afgegeven voor de datum van het naturalisatiebesluit van 9 juli 2014.
- Op 10 april 2017 heeft verzoekster een (Nederlandse) verblijfsvergunning aangevraagd, ervan uitgaand dat zij – door daarvan afstand te hebben gedaan – niet langer de Nederlandse nationaliteit bezit. Daarbij heeft verzoekster gesteld dat zij de Chinese nationaliteit ook na haar naturalisatie heeft behouden, omdat zij nooit een handeling heeft verricht om afstand te doen van de Chinese nationaliteit.
- Op 19 april 2017 heeft de burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] bevestigd de afstandsverklaring van verzoekster te hebben ontvangen, waarbij tevens is aangetekend dat deze afstandsverklaring geen rechtsgevolg heeft omdat verzoekster naast het Nederlanderschap geen andere nationaliteit heeft.
- De door verzoekster aangevraagde verblijfsvergunning is afgewezen door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, op de grond dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit.