ECLI:NL:RBDHA:2018:10335
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op extra CAO-tickets voor plaatsing in de Verenigde Staten
Eiser, een defensieambtenaar, was voor een periode van vijf jaar en tien maanden geplaatst in de Verenigde Staten en ontving op grond van artikel 22 van Pro het Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD) drie CAO-tickets voor reizen tussen zijn woonplaats buiten Nederland en Nederland. Na een tweede functietoewijzing en standplaatstoewijzing stelde eiser dat hij recht had op twee extra tickets in plaats van één, en beriep zich tevens op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule.
De rechtbank oordeelde dat artikel 22 VKBD Pro strikt moet worden uitgelegd: een verhuizing naar een buiten Europa gelegen land impliceert dat men niet reeds in dat land verblijft. De tweede plaatsing leidde daarom niet tot een nieuwe aanspraak op CAO-tickets. De vaste gedragslijn van verweerder om plaatsingstermijnen op te tellen werd als redelijk en niet onjuist beoordeeld.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan aan eiser. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie van eiser niet uitzonderlijk was gezien de totale duur van zijn plaatsing en de toekenning van drie tickets in lijn is met de regelgeving.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op extra CAO-tickets wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Staatssecretaris van Defensie bevestigd.