ECLI:NL:RBDHA:2018:10440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid afwijzing zelfstandigenaftrek en alimentatieaftrek in belastingaanslag 2015
Eiser, een ondernemer met een eenmanszaak, deed aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015 waarbij hij aanspraak maakte op zelfstandigenaftrek en aftrek wegens betaalde alimentatie. Verweerder legde een hogere aanslag op en wees de aftrekposten af omdat eiser hier wettelijk geen recht op had.
Eiser stelde dat hij vertrouwen mocht ontlenen aan het aangifteprogramma van verweerder dat deze aftrekposten toestond en voerde tevens aan dat ten onrechte premies volksverzekeringen waren ingehouden vanwege zijn AOW-leeftijd. Verweerder betwistte dit en stelde dat het recht op aftrekposten uitsluitend door de wet wordt bepaald en dat eiser premieplichtig blijft ongeacht AOW-leeftijd.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen in het aangifteprogramma niet gerechtvaardigd was omdat het recht op aftrekposten door de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt bepaald. Omdat eiser niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor de zelfstandigenaftrek en alimentatieaftrek, was de aanslag terecht opgelegd. Ook het standpunt over premieplicht werd verworpen op basis van relevante sociale verzekeringswetten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag is terecht opgelegd zonder recht op zelfstandigenaftrek en alimentatieaftrek.