ECLI:NL:RBDHA:2018:10461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter vernietigt afwijzing visum kort verblijf wegens onzorgvuldigheden, maar handhaaft rechtsgevolgen
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland om haar broer te bezoeken. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf en twijfel over haar voornemen om tijdig terug te keren naar Syrië.
Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat het onjuiste aannames bevatte, zoals de verblijfplaats van haar dochter en de ligging van haar onroerend goed. Tevens voerde zij aan dat zij economische binding heeft met Syrië en dat de afwijzing haar familieleven schaadt, wat strijdig zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het besluit inderdaad onzorgvuldig tot stand was gekomen vanwege de onjuistheden, maar dat de afwijzing terecht was omdat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Syrië kon aantonen. De rechtbank verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro voor een visum kort verblijf.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.