ECLI:NL:RBDHA:2018:10469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij nareis Eritrese halfbroer
Eiser, houder van een verblijfsvergunning asiel, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn halfbroer uit Eritrea. Verweerder wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift.
Eiser stelde dat de late indiening te wijten was aan het vertraagd ontvangen van een verklaring van zijn ouders. De rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is, aangezien eiser een pro forma bezwaarschrift had kunnen indienen.
Eiser verwees naar een conclusie van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie EU over de niet-fataliteit van een termijn bij nareis, maar de rechtbank vond deze niet van toepassing op de bezwaartermijn in deze zaak.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.