ECLI:NL:RBDHA:2018:10516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis bij haar echtgenoot (referent) die asielvergunning had in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder twijfelde aan het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk en de feitelijke gezinsband. De rechtbank stelde vast dat het huwelijk op grond van internationaal privaatrecht per 1 mei 2015 rechtsgeldig was, maar dat eiseres en referent tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd over hun relatie en huwelijksgegevens.
De rechtbank oordeelde dat deze tegenstrijdigheden, waaronder verschillen in verklaringen over de huwelijksdatum, locatie en relatiegeschiedenis, het aannemelijk maken van een duurzame en exclusieve gezinsband in de weg stonden. Verweerder had terecht het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen. Beroepen op artikel 8 EVRM Pro en de Gezinsherenigingsrichtlijn faalden omdat deze niet van toepassing zijn bij nareis asiel buiten specifieke uitzonderingen.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk, de feitelijke gezinsband niet was aangetoond, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk is gemaakt ondanks het erkende huwelijk.