ECLI:NL:RBDHA:2018:10687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 3 juni 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser betoogde dat hij in Zweden niet veilig zou zijn, medische zorg nodig heeft en dat hij ten onrechte als meerderjarige wordt aangemerkt.
De rechtbank overwoog dat Zweden gebonden is aan het Vluchtelingenverdrag en het EVRM, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden deze verplichtingen niet zal naleven. Ook is er geen bewijs dat Zweden hem zal terugsturen naar Afghanistan zonder toetsing aan deze verdragen. De rechtbank stelde vast dat de registratie van eisers geboortedatum in Zweden zorgvuldig is gebeurd en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor minderjarigheid.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat er geen aanleiding was om op grond van bijzondere omstandigheden het verzoek aan Nederland toe te wijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.