Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd sinds 2003, kreeg op 18 februari 2016 een besluit tot intrekking van deze vergunning. Dit besluit werd aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen (BRP), waar het ook daadwerkelijk aankwam, maar retour kwam met de melding 'geadresseerde onbekend'.
Eiser stelde dat hij het besluit nooit heeft ontvangen en verwees naar een eerder opgegeven postadres. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder terecht het besluit naar het meest recente BRP-adres heeft gestuurd, conform de wettelijke verplichtingen. Het beroep is daarom te laat ingediend en dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en informeert partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.