ECLI:NL:RBDHA:2018:10731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing dwangakkoord wegens onvoldoende financieel uiterste aanbod
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet, waarbij hij een schuldregeling aanbood aan zijn schuldeisers.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker een totale schuld heeft van €675.072,18 verdeeld over 35 schuldeisers, met onder meer vorderingen van SNS Bank en Haagwonen. Verzoeker bood een regeling aan waarbij preferente en concurrente schuldeisers een zeer gering percentage van hun vorderingen zouden ontvangen. Hoewel de andere schuldeisers instemden, weigerden verweersters, die samen ongeveer 20% van de schulden vertegenwoordigen, hun medewerking.
De rechtbank oordeelt dat het niet duidelijk is dat het aangeboden akkoord het uiterste is waartoe verzoeker financieel in staat kan worden geacht, mede omdat verzoeker momenteel een Participatiewet-uitkering ontvangt maar niet is uitgesloten dat hij in de toekomst kan gaan werken en zijn financiële situatie kan verbeteren. Ook ontbreekt een duidelijke waarborg voor nakoming van het akkoord.
Daarom is niet aannemelijk dat de verweersters in redelijkheid niet tot weigering van instemming konden komen. Het verzoek wordt afgewezen en ieder draagt zijn eigen proceskosten. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling blijft in stand en wordt afzonderlijk behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat het aanbod het uiterste is waartoe verzoeker financieel in staat is.