ECLI:NL:RBDHA:2018:10733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Italië
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 16 juni 2018 een aanvraag verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname bij Italië ingediend, dat door Italië werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij in Italië geen opvang en voedselvoorzieningen had ontvangen en dat Italië niet bereid zou zijn het Dublinverdrag uit te voeren, onderbouwd met een rapport van Artsen zonder Grenzen en een nieuwsbericht over uitspraken van de Italiaanse minister Salvini. De rechtbank oordeelde dat het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder hadden geoordeeld dat de situatie in Italië niet zodanig ernstig is dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de situatie in zijn geval anders was dan algemeen bekend. Het rapport en nieuwsbericht boden geen nieuwe inzichten die de overdracht aan Italië in de weg stonden. Ook had eiser geen klachten ingediend bij Italiaanse autoriteiten of bewezen dat dit onmogelijk was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.