ECLI:NL:RBDHA:2018:10741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en mvv-vrijstelling op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, een Marokkaanse vrouw die sinds 2014 in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan op grond van familie- en gezinsleven met haar Nederlandse echtgenoot. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste kreeg toegekend. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De belangenafweging die verweerder maakte, waarbij het belang van eiseres werd afgewogen tegen het Nederlandse toelatingsbeleid, was echter onvoldoende gemotiveerd. Verweerder had niet alle relevante feiten, zoals de leeftijd en medische situatie van de referent en de mantelzorg die eiseres verleent, betrokken in de afweging.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel en dat de belangenafweging niet tot een fair balance heeft geleid. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.