ECLI:NL:RBDHA:2018:10775
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, aangezien eiser eerder in Duitsland asiel heeft aangevraagd.
De kern van het geschil betrof de vraag of Nederland de asielaanvraag op grond van de humanitaire clausule in artikel 17 van Pro Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) aan zich had moeten trekken. De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris beoordelings- en beleidsruimte heeft bij de toepassing van deze clausule.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geen aanleiding had om de aanvraag aan zich te trekken op basis van de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 augustus 2018 te Middelburg door rechter W.M.P. van Alphen, in aanwezigheid van griffier J.A.B. Koens. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.