ECLI:NL:RBDHA:2018:1085
Rechtbank Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering vrijstelling sollicitatieplicht in schuldsaneringsregeling
Verzoekster is in een wettelijke schuldsaneringsregeling en was vrijgesteld van de sollicitatieplicht onder de voorwaarde dat zij zich zou laten behandelen voor haar klachten. De rechter-commissaris weigerde een nieuwe vrijstelling omdat uit een recent GGD-keuringsrapport bleek dat verzoekster nog niet was begonnen met de vereiste behandeling voor haar psychische klachten.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij niet kon werken vanwege haar lichamelijke klachten en dat de rechter-commissaris ten onrechte had geoordeeld dat zij niet aan de behandelvoorwaarde had voldaan. De rechtbank oordeelde dat verzoekster zich pas recentelijk had laten doorverwijzen naar de GGZ en dat zij niet tijdig aan de voorwaarde had voldaan.
De rechtbank benadrukte dat schuldenaren zich maximaal moeten inspannen om baten voor de boedel te verwerven, waaronder het zo spoedig mogelijk deelnemen aan de arbeidsmarkt. Omdat verzoekster niet tijdig was begonnen met de behandeling, was de weigering van vrijstelling terecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoekster tegen de weigering van vrijstelling van de sollicitatieplicht is ongegrond verklaard.