ECLI:NL:RBDHA:2018:10914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en gebruik vals visum
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende bloedwraak, discriminatie, en dreiging van gevangenisstraf wegens verkeersboetes. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de bloedwraak en verkeersboetes, en wegens het gebruik van een vals visum.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over bloedwraak niet plausibel waren, mede gezien de omvang van de woonplaats en het ontbreken van concrete data. Ook waren de verkeersboetes niet voldoende onderbouwd en was er geen sprake van discriminatoir optreden of een reëel risico op gevangenisstraf. Het vermeende risico vanwege politieke betrokkenheid bij de HDP werd onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser door het gebruik van een vals visum relevante informatie had achtergehouden, waardoor de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig asielrelaas en gebruik van een vals visum.