ECLI:NL:RBDHA:2018:10949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en niet tijdige melding
Eiser, afkomstig uit Gaza-stad en van Palestijnse afkomst, vordert een verblijfsvergunning asiel. Hij stelt problemen te hebben met Hamas vanwege zijn activiteiten bij Fatah en een incident waarbij een Hamaslid is overleden. Verweerder acht het relaas ongeloofwaardig en wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens niet-tijdige melding bij aankomst in Nederland en toepassing van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank overweegt dat het door eiser overgelegde document van Hamas waarschijnlijk niet door een bevoegde instantie is afgegeven en dat verweerder terecht geen nader onderzoek heeft verricht. De inconsistenties in het verhaal van eiser en het ontbreken van een aannemelijk verband met het incident maken zijn verhaal ongeloofwaardig.
Verder is vastgesteld dat eiser zich niet direct bij aankomst heeft gemeld, wat volgens artikel 30b Vreemdelingenwet 2000 een reden is voor afwijzing. Ook is niet voldaan aan de uitzonderingsgrond van artikel 1D Vluchtelingenverdrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas en niet tijdige melding.