ECLI:NL:RBDHA:2018:10951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onjuiste identiteit
Eiseres, van Keniaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging door de Keniaanse autoriteiten vanwege haar politieke activiteiten. Zij stelde dat zij was gedetineerd, mishandeld en verkracht, en dat zij werd gezocht door de autoriteiten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van ongeloofwaardigheid van het relaas en het verstrekken van onjuiste informatie over identiteit. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van bewijs voor het arrestatiebevel en de mogelijkheid om vrij in en uit Kenia te reizen het verhaal ongeloofwaardig maken. Ook het overgelegde document over detentie en verkrachting werd niet geloofd vanwege onbekende herkomst.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk vervolging te vrezen heeft en dat de aanvraag terecht is afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en onjuiste identiteit.