ECLI:NL:RBDHA:2018:10952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 28 april 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De Franse autoriteiten bleken op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de behandeling van zijn verzoek, waarop Nederland de aanvraag niet in behandeling nam. Eiser stelde dat hij psychische problemen had die overdracht aan Frankrijk onmogelijk maakten, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat er geen aanwijzingen zijn voor indirect refoulement. Eiser had bovendien zelf via Zwitserland teruggekeerd naar Nederland, wat suggereert dat hij geen behoefte had aan een Franse procedure. De stellingen van eiser werden niet als nieuwe feiten beschouwd die een heroverweging rechtvaardigen.
Het beroep tegen het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.