De rechtbank Den Haag heeft op 13 juli 2018 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die sinds 14 april 2015 onder deze regeling viel. De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenaar niet voldeed aan zijn informatie- en afdrachtverplichtingen en dat er nieuwe schulden waren ontstaan. Tijdens zittingen op 17 april en 8 juni 2018 werden deze tekortkomingen besproken, waarbij schuldenaar een voorstel deed om de boedelachterstand in te lopen en nieuwe schulden af te lossen.
De rechtbank constateerde dat schuldenaar een boedelachterstand van €4.125,- had en nieuwe bovenmatige schulden bij het UWV en een kennis van €2.258,41 en €5.000,- respectievelijk. Deze tekortkomingen werden aan schuldenaar toegerekend. Ondanks het voorstel tot verlenging van de regeling met 24 maanden, waarbij een aflossingsschema was opgesteld, had de bewindvoerder geen vertrouwen in het herstel van de tekortkomingen. De rechtbank benadrukte dat verlenging geen recht is en alleen mogelijk is bij aannemelijke inspanningen of begrijpelijke redenen.
Verder werd geoordeeld dat een verlenging niet aan de orde is als de tekortkomingen niet binnen de maximale verlenging kunnen worden hersteld, zoals in dit geval. Ook een mogelijke kwijtschelding van schulden door een kennis kan niet leiden tot verlenging omdat dit een ongerechtvaardigd voordeel zou opleveren. De rechtbank stelde vast dat de schuldsaneringsregeling zonder schone lei eindigt en dat de vergoeding van de bewindvoerder wordt vastgesteld op €3.500,22 exclusief btw, met een vastrecht van €617,-.