ECLI:NL:RBDHA:2018:11186
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Gouda heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten tot sluiting van een woning waar op 26 april 2018 een handelshoeveelheid harddrugs werd aangetroffen. Verzoekers, bewoners van de woning, maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen de sluiting.
Verzoekers stelden dat zij medisch niet in staat zijn te verhuizen en verweerder had volgens hen ten onrechte geen onafhankelijk medisch advies ingewonnen. Ook werd betoogd dat de sluiting niet spoedeisend was omdat de bestuurlijke rapportage al op 2 mei 2018 bekend was en er geen recente drugsvondsten of overlast waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting vanwege de aangetroffen handelshoeveelheid harddrugs en dat de beleidsregels en indicatorenlijst van toepassing waren. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het algemeen belang bij sluiting zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van verzoekers. De medische bezwaren werden erkend, maar onvoldoende onderbouwd om de sluiting te voorkomen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.