ECLI:NL:RBDHA:2018:11187
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verplaatsing bushalte in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft besloten om een bushalte te verplaatsen van de hoek van een adres naar een andere locatie op dezelfde straat. Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers het griffierecht in de hoofdzaak niet hebben voldaan, waardoor een definitief oordeel in deze voorlopige voorziening niet bindend is voor het bodemgeding. Verzoekers betogen dat het college de werkzaamheden eerder is gestart dan toegestaan volgens een eerdere uitspraak, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat deze eerdere uitspraak alleen ging over spoedeisendheid en niet over de aanvang van werkzaamheden.
De voorzieningenrechter overweegt dat de daadwerkelijke werkzaamheden voor de verplaatsing van de bushalte niet eerder dan week 2 van 2019 zullen plaatsvinden. De huidige afsluiting van de straat hangt samen met andere voorbereidende werkzaamheden waarvoor aparte vergunningen zijn verleend. De overlast die verzoekers ervaren valt buiten het bestreden besluit. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit tot verplaatsing van de bushalte wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.