ECLI:NL:RBDHA:2018:11270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen nieuwe huurschuld tijdens WSNP; verhuurder geen schuldeiser in zin van art. 353 Fw
Schuldenares is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) bij vonnis van 25 juni 2015. Tijdens de procedure stelt de verhuurder dat er een nieuwe schuld bestaat van €10.936,74 aan onbetaalde huur over 2017, die buiten de WSNP valt. De rechtbank onderzoekt of de verhuurder als schuldeiser in de zin van art. 353 Fw Pro kan worden aangemerkt en of er sprake is van een nieuwe schuld.
De rechtbank stelt vast dat de verhuurder geen schuldeiser is met een vordering die onder de WSNP valt en dat de huurschuld geen boedelschuld is. De schone lei uit de WSNP raakt de rechten van nieuwe schuldeisers niet. De verhuurder wordt gezien als nieuweschuldeiser, die zijn verhaalsmogelijkheden behoudt. De rechtbank weegt ook mee dat het verzoek van de verhuurder om de uitspraak aan te houden wegens een lopend geschil met de kantonrechter wordt afgewezen.
Ter zitting is erkend dat een huurovereenkomst bestaat en dat huur betaald had moeten worden. Schuldenares stelt dat zij contant heeft betaald met toestemming van de bewindvoerder, maar verhuurder betwist dit. De rechtbank acht onvoldoende bewezen dat een nieuwe schuld is ontstaan. De bewindvoerder heeft geen tekortkomingen vastgesteld in de nakoming van verplichtingen door schuldenares.
De rechtbank concludeert dat schuldenares niet tekortgeschoten is in haar verplichtingen en dat de WSNP eindigt met de schone lei. De vergoeding van de bewindvoerder wordt bij nadere beschikking vastgesteld, mede vanwege onduidelijkheid over de betalingswijze. De uitspraak wordt gewezen door rechter Smelt op 18 september 2018.
Uitkomst: Schuldenares is niet tekortgeschoten en de WSNP eindigt met de schone lei; verhuurder is geen schuldeiser als bedoeld in art. 353 Fw.