ECLI:NL:RBDHA:2018:11379
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdelingenwet
Verzoekster heeft bij besluit van 11 januari 2017 een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door verweerder is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen totdat het bezwaar is behandeld.
Bij besluit van 4 januari 2018 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoekster stelde daarop beroep in tegen dit bestreden besluit. De voorzieningenrechter werd verzocht om uitzetting op te schorten in afwachting van de beslissing op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening als een verzoek hangende beroep moet worden aangemerkt, maar aangezien het beroep in een andere procedure ongegrond is verklaard en niet langer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan, is het verzoek niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten toegekend en het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.