ECLI:NL:RBDHA:2018:11537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag op basis van ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en verkrachting
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij homoseksueel is en in 2015 verkracht werd. De Staatssecretaris wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Marokko een veilig land van herkomst is en eiser ongeloofwaardige verklaringen zou hebben afgelegd.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het gehoor met een tolk alsnog heeft plaatsgevonden, ondanks enkele uitstelmomenten. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn verhaal te doen. De beoordeling van de homoseksualiteit van eiser vond plaats aan de hand van de Werkinstructie 2018/9, waarbij verweerder concludeerde dat de verklaringen van eiser wisselend, vaag en tegenstrijdig waren.
Ook het verhaal over de verkrachting werd als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen over het aantal daders en de aard van het incident. Eiser kon deze tegenstrijdigheden onvoldoende verklaren. De rechtbank vond dat verweerder terecht de aanvraag afwees en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de gestelde homoseksualiteit en verkrachting.