ECLI:NL:RBDHA:2018:11539
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiser diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte geen gebruik had gemaakt van een niet-registertolk en dat nader onderzoek naar de verantwoordelijkheid van Italië had moeten plaatsvinden vanwege het uitblijven van reactie op het overnameverzoek.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een registertolk in de moedertaal van eiser (Bambara) een uitzondering vormt op de hoofdregel en dat verweerder niet hoefde te onderzoeken of een Franse registertolk beschikbaar was. Daarnaast werd het fictief akkoord van Italië geacht rechtsgevolgen te hebben en was nader onderzoek niet vereist. Eiser kon onvoldoende aantonen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer toegepast kon worden, ondanks zijn beweringen over opvangproblemen en medische situatie.
Ook het beroep op de humanitaire clausule en het arrest Gnandi faalden, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die overdracht aan Italië kennelijk onredelijk maakten en er geen sprake was van een terugkeerbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.