ECLI:NL:RBDHA:2018:11552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring Slowaakse vreemdeling wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiser, een Slowaakse staatsburger die sinds 2009 in Nederland verbleef, werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongewenst verklaard en zijn verblijfsrecht beëindigd vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie en woninginbraken.
Eiser voerde onder meer aan dat strafbare feiten gepleegd tijdens minderjarigheid niet meegewogen mochten worden en dat sommige veroordelingen abusievelijk op zijn naam stonden. De rechtbank oordeelde echter dat eiser deze stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat de strafbare feiten deel uitmaken van een langdurig patroon.
Daarnaast betoogde eiser dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven met echtgenote en kinderen. De rechtbank vond dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestond met de minderjarige dochter van de echtgenote en dat de belangen van de meerderjarige dochter niet zwaarder wogen dan het belang van de Nederlandse samenleving.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de Nederlandse overheid bij de ongewenstverklaring zwaarder weegt dan het belang van eiser om in Nederland te verblijven en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen beëindiging van zijn verblijfsrecht en ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.