ECLI:NL:RBDHA:2018:11572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bosman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument duurzame relatie gemeenschapsonderdaan
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een document op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarmee het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt aangetoond. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij en zijn Franse partner gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en feitelijk samenwoonden.
In bezwaar werd het besluit gehandhaafd en ook in beroep oordeelt de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van een duurzame relatie ten tijde van de aanvraag. Hoewel eiser zich later kon inschrijven op het adres van zijn partner en aanvullende bewijsstukken zoals een gezamenlijke bankrekening en WhatsApp-berichten overlegt, zijn deze niet relevant voor de beoordeling van het moment van de aanvraag.
De rechtbank stelt dat het aan eiser is om de duurzame relatie aannemelijk te maken bij de aanvraag en dat verweerder terecht van het horen in bezwaar heeft afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument op grond van een duurzame relatie gehandhaafd.