Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan één of meer inbraken in bedrijfspanden en of hij daartoe één of meerdere pogingen heeft gedaan. Ook ligt aan de rechtbank de vraag voor of wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- of schuldheling.
lijkt. De rechtbank is van oordeel dat het vest niet zodanig is omschreven dat het kan worden herkend als dat van de verdachte. Bovendien levert de vermeende herkenning slechts een vermoeden van betrokkenheid van de verdachte op. Voor bewezenverklaring van dit feit is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden.
achterzijdewas verbroken en de dader blauwe kleding en een capuchon droeg, heeft de politie de beelden van de camera, gericht op de openbare weg, bekeken van de naastgelegen winkel. Dit betreffen beelden van de voorzijde van de kapperszaak. Meerdere verbalisanten hebben hierop de verdachte herkend.
heeftgehad, en overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van
deze goederenwist dat het door misdrijf verkregen goed
erenbetrof;
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8(acht)
maanden;
4 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
elektronisch toezichtter nakoming van deze bijzondere voorwaarde. Een ander adres dan voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;
benadeelde partij[slachtoffer 4] ter zake van het bewezen verklaarde onder 1 subsidiair tot het bedrag van
€ 82,50, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 82,50bestaande uit materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.