ECLI:NL:RBDHA:2018:11575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel na afwijzing asielaanvraag in grensprocedure
Eiser, een Ugandese asielzoeker, diende op 24 augustus 2018 een asielaanvraag in aan de grens. Zijn aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond en hij kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verwees daarbij naar het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin werd geoordeeld dat na afwijzing van een asielverzoek de bewaring op grond van de Terugkeerrichtlijn geschorst moet worden zolang een rechtsmiddel loopt.
De rechtbank overwoog dat het arrest Gnandi ziet op de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit en de opvang, maar niet op de toegangsweigering die onderdeel is van de meeromvattende beschikking. De toegangsweigering blijft volgens de rechtbank van kracht, ook tijdens het beroep. De maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is terecht opgelegd omdat aan de voorwaarden is voldaan: de toegang is geweigerd en er is een risico op onderduiken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.