ECLI:NL:RBDHA:2018:11607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van Wezel
- C.F. Mewe
- D.G.J. Dop
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor seksueel misbruik van jonger zusje met oplegging pij-maatregel
De rechtbank Den Haag heeft op 20 september 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die tussen december 2017 en april 2018 seksueel contact heeft gehad met zijn negenjarige zusje. De verdachte heeft bekend dat hij zijn zusje meerdere keren seksueel heeft misbruikt, waarbij de rechtbank het bewezen acht dat hij haar anaal heeft binnengedrongen.
De officier van justitie eiste een jeugddetentie van acht maanden en een pij-maatregel, terwijl de verdediging alleen een pij-maatregel bepleitte. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernstige psychische stoornissen van de verdachte, waaronder PTSS en een reactieve hechtingsstoornis, die het feit deels ontoerekenbaar maken. Daarom is alleen de pij-maatregel opgelegd, die behandeling in een gespecialiseerde forensische instelling voorschrijft.
De voogd van het slachtoffer diende namens haar een schadevergoeding in van bijna €19.000, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk vanwege de complexe situatie en de belangenverstrengeling. De vordering kan in een aparte civiele procedure worden behandeld. Verder is de inbeslaggenomen telefoon aan de verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn zusje en opgelegd een pij-maatregel zonder jeugddetentie; schadevordering niet-ontvankelijk verklaard.