Op 9 november 2017 werd in een loods te Den Hoorn 615 kilogram cocaïne aangetroffen. Twee mannen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk vier jaar en drie en een half jaar voor het bezit van deze partij cocaïne. Een derde man, de huurder van de loods, werd vrijgesproken omdat de rechtbank niet kon vaststellen dat hij wist van de aanwezigheid van de cocaïne.
De huurder was tijdens de inval aanwezig in het kantoor van de loods waar ook een tas met vijf kilo cocaïne werd gevonden. Hoewel hij toegang had tot alle ruimtes en sleutels had verstrekt aan de andere verdachten, ontbrak het aan direct bewijs zoals DNA-sporen of vingerafdrukken die zijn wetenschap van de cocaïne konden bevestigen. De verpakking verhulde de inhoud, en er waren geen aanwijzingen uit tapgesprekken of observaties die zijn betrokkenheid aantoonden.
De verdediging voerde aan dat de huurder slechts kort voor de inval aanwezig was en geen zicht had op de dozen met cocaïne. De rechtbank oordeelde dat vermoedens onvoldoende waren om wetenschap aan te nemen en sprak hem vrij. De andere twee verdachten werden veroordeeld. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer of teruggegeven, afhankelijk van de omstandigheden.