Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland voor een medische behandeling bij de Sint Maartenskliniek. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser het doel en de omstandigheden van het verblijf niet voldoende had aangetoond. Daarnaast ontbrak bewijs van voldoende financiële middelen en een geldige garantstelling.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde documenten onvoldoende verifieerbare informatie bevatten om aan te tonen dat de medische behandeling daadwerkelijk zal plaatsvinden en dat Nederland het meest aangewezen land is voor deze behandeling. Ook was de verklaring van een Gambiaans ziekenhuis niet recent genoeg om aan te tonen dat behandeling in Gambia niet mogelijk is.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet kon aantonen over voldoende middelen te beschikken voor verblijf, medische kosten en terugkeer, en dat de garantstelling door een bedrijf uit Gambia niet voldeed aan de vereisten. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het vooraf duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Op grond van deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag voor kort verblijf is ongegrond verklaard.