Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
6. Gemeenschappelijke woning
Rechtbank Den Haag
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samenwoonden, zijn ouders van drie minderjarige kinderen en bezitten gezamenlijk een woning. De man heeft de woning verlaten en draagt sindsdien de hypotheeklasten en bijkomende kosten. De vrouw verblijft met de kinderen in de woning maar beschikt nog niet over andere woonruimte.
De man vordert toedeling van de woning aan hem, betaling van een overbedelingsvergoeding aan de vrouw, een gebruiksvergoeding van €500 per maand vanaf april 2016, en ontruiming van de vrouw. De vrouw voert verweer en stelt onder meer dat de gebruiksvergoeding onredelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de woning aan de man wordt toegewezen per 1 januari 2019, onder de voorwaarde dat hij de vrouw ontslaat van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. De gevorderde gebruiksvergoeding wordt afgewezen omdat deze in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de financiële situatie van de vrouw en de reeds vastgestelde kinderalimentatie die rekening houdt met de woonlasten.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Indien de man niet slaagt in het ontslaan van de vrouw van de hypotheekschuld, dient de woning te worden verkocht en de overwaarde gelijk verdeeld.
Uitkomst: De woning wordt aan de man toegewezen onder voorwaarde van ontslag van de vrouw uit hypotheekschuld; gebruiksvergoeding wordt afgewezen.