ECLI:NL:RBDHA:2018:11723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingsvoorbereiding
Eiser werd op 15 september 2018 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Op dat moment was er reeds een claimakkoord met Finland, waar eiser aan overgedragen moest worden. De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting.
Hoewel het strafrechtelijke detentie-einde op 15 september bekend was, werd het overdrachtsbesluit pas op 24 september aan eiser uitgereikt en werd het vertrekgesprek pas op 21 september gevoerd. Ook werd de vlucht pas op 24 september aangevraagd, wat te laat is gezien de omstandigheden.
De rechtbank acht de bewaring daarom vanaf het begin onrechtmatig en beveelt opheffing per 27 september 2018. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van €1.060,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €1.002,-.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven per 27 september 2018 en er wordt een schadevergoeding van €1.060,- toegekend wegens onrechtmatige bewaring.