ECLI:NL:RBDHA:2018:11734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating schuldsaneringsregeling ondanks boetes op grond van hardheidsclausule
Verzoeker heeft een schuldenlast van ruim €64.000, waaronder een bancaire lening en een schuld aan het CJIB van meer dan €5.000 wegens verkeersovertredingen. De rechtbank is bevoegd de hoofdinsolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Hoewel boetes wegens verkeersovertredingen in principe niet te goeder trouw zijn ontstaan en daardoor toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staan, heeft verzoeker een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro. Verzoeker heeft verklaard dat hij destijds door psychische klachten onverantwoord rijgedrag vertoonde, waarvoor hij inmiddels succesvol behandeling heeft afgerond en medicatie gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker zijn financiële en persoonlijke omstandigheden onder controle heeft gekregen, een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt en een fulltime dienstverband heeft. Hierdoor acht de rechtbank aannemelijk dat verzoeker zich zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Het beroep op de hardheidsclausule wordt daarom gehonoreerd en verzoeker wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling ondanks de schuld aan het CJIB op grond van de hardheidsclausule.