ECLI:NL:RBDHA:2018:11748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens schijnhuwelijk
Eiseres, een Ghanees staatsburger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot, de referent. De aanvraag werd afgewezen omdat het huwelijk werd beschouwd als een schijnhuwelijk, bedoeld om verblijfsrecht te verkrijgen.
Tijdens het onderzoek bleek dat de verklaringen van eiseres en referent over hun relatie tegenstrijdig en vaag waren. Ook werden gefotoshopte foto's overlegd, wat de geloofwaardigheid ondermijnde. De rechtbank vond dat de gestelde relatie niet oprecht en duurzaam was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van heldere, consistente bewijsvoering bij verblijfsaanvragen op basis van gezinsrelaties.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens schijnhuwelijk.