ECLI:NL:RBDHA:2018:11844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curatoren niet aansprakelijk voor ontoereikende verantwoording persoonsgebonden budget
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) voor het jaar 2016 ten behoeve van een budgethouder die onder curatele stond. Eisers, beiden curatoren van de budgethouder, werden door verweerder aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 9.259,81 elk, zijnde de helft van het niet verantwoordde pgb-bedrag.
De budgethouder had een ernstige dwarslaesie en was volledig afhankelijk van zorg, waarbij eisers als curatoren en zorgverleners optraden. Na een conflict tussen de budgethouder en eisers werd een fraudemelding gedaan, waarna verweerder een onderzoek startte en een deel van het pgb afkeurde wegens niet geleverde zorg. Eisers maakten bezwaar tegen de terugvordering, maar werden door verweerder aansprakelijk gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de ondercuratelestelling van de budgethouder door het gerechtshof is vernietigd met terugwerkende kracht, waardoor de curatele niet meer bestond ten tijde van de primaire besluiten. Hierdoor konden eisers niet meer als curatoren aansprakelijk worden gesteld. De rechtbank oordeelt dat aansprakelijkheid van curatoren alleen in een civielrechtelijke procedure kan worden vastgesteld en dat verweerder ten onrechte eisers aansprakelijk heeft gesteld.
De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de primaire besluiten herroepen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter Overdijk op 3 oktober 2018.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugvorderingsbesluiten en oordeelt dat curatoren niet aansprakelijk zijn voor het niet verantwoordde pgb-bedrag.