ECLI:NL:RBDHA:2018:11902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging volwassen zoon met moeder
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1927, verzocht via haar zoon om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was voldaan aan het middelenvereiste en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie tussen moeder en zoon.
Eiseres stelde dat er bijzondere omstandigheden waren die afwijking van de beleidsregels rechtvaardigden, verwijzend naar het lijden van de familie door de afwezigheid van eiseres en het niet horen van de zoon in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het lijden van de familie geen bijzondere omstandigheid vormt en dat het bestuursorgaan terecht heeft afgezien van het horen in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Verder werd geoordeeld dat het middelenvereiste terecht zwaar werd meegewogen en dat het feit dat dit in het bestreden besluit explicieter werd vermeld geen verslechtering van de procespositie van eiseres betekende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.