ECLI:NL:RBDHA:2018:1192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijzigingsbesluit inreisverbod en proceskostenveroordeling
Eiser is in 2008 ongewenst verklaard vanwege drugsveroordelingen en kreeg in 2012 een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Na verzoeken tot opheffing en aanpassingen van de duur van het inreisverbod, wees verweerder het verzoek van 2016 af en verlaagde het inreisverbod uiteindelijk naar twee jaar in het wijzigingsbesluit van 3 oktober 2017.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod onterecht zwaar was opgelegd en dat verweerder het Unierechtelijk openbaar orde criterium niet correct had toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 12 mei 2017 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, maar verklaarde het beroep tegen het wijzigingsbesluit van 3 oktober 2017 gegrond en vernietigde dat besluit.
De rechtbank overwoog dat het inreisverbod is ingegaan op 22 mei 2012 en dat verweerder geen nieuw inreisverbod heeft uitgevaardigd, maar slechts de duur aanpaste. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.002,- aan de rechtsbijstandsverlener van eiser. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht werd toegewezen vanwege betalingsonmacht van eiser.
Uitkomst: Het wijzigingsbesluit van 3 oktober 2017 wordt vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.