Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- kort gezegd - geen bewijs is voor verduistering van het gehele ten laste gelegde bedrag en de gehele ten laste gelegde periode. De verduistering heeft evenmin plaatsgevonden in dienstbetrekking.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
vanaf24 maanden. De straf kan bovendien worden verhoogd wanneer – zoals in de onderhavige zaak – sprake is van strafverzwarende omstandigheden, zoals de lange periode waarin verdachte geld heeft verduisterd
,de mate waarin hij door zijn handelen financieel voordeel heeft verkregen, de omstandigheid dat verdachte het verduisteren van geld niet uit eigen beweging heeft beëindigd en hij geen volledige medewerking heeft verleend aan het onderzoek.
7.De vorderingen benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
benadeelde partij [stichting 3]heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 109.411,83 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
benadeelde partij [stichting 1]heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 239.457,11 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
benadeelde partij [stichting 2]heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.469.362,97 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
benadeelde partij [stichting 3]een bedrag van EUR 109.411,83 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2016,
benadeelde partij [stichting 1]een bedrag van EUR 239.457,11 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
benadeelde partij [stichting 2]een bedrag van EUR 1.469.362,97 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
36 (zesendertig) maanden;
(te weten van 24 november 2015 tot 17 maart 2016), verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
8 (acht) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
geschorste beveltot
voorlopige hechtenisvan verdachte;
EUR 109.411,83 (honderdnegenduizend vierhonderdelf euro en drieëntachtig eurocent), vermeerderd met de gevorderde
wettelijke rentedaarover
vanaf 1 april 2016tot aan de dag van de algehele voldoening;
verplichtingtot betaling aan de Staat van een bedrag groot
22 (tweeëntwintig) dagen;
EUR 239.457,11 (tweehonderdnegenendertigduizend vierhonderdzevenenvijftig euro en elf eurocent), vermeerderd met de gevorderde
wettelijke rentedaarover
vanaf 21 september 2018tot aan de dag van de algehele voldoening;
verplichtingtot betaling aan de Staat van een bedrag groot
48 (achtenveertig) dagen;
EUR 1.469.362,97 (een miljoen vierhonderdnegenenzestigduizend driehonderdtweeënzestig euro en zevenennegentig eurocent), vermeerderd met de gevorderde
wettelijke rentedaarover
vanaf 21 september 2018tot aan de dag van de algehele voldoening;
verplichtingtot betaling aan de Staat van een bedrag groot
295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen;