ECLI:NL:RBDHA:2018:11994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf wegens ontbreken vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf
Eiser, een Albanese nationaliteit dragende vreemdeling, heeft op 7 juli 2017 een aanvraag ingediend voor een document duurzaam verblijf burgers van de Unie. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij gedurende de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven, met name omdat onvoldoende is aangetoond dat hij en de referente beschikten over voldoende middelen van bestaan in de jaren 2011 tot en met 2013.
Eiser betoogde dat de eis van het aantonen van financiële middelen in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag in strijd is met het Unierecht, met name het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel, en dat het nuttig effect van de Verblijfsrichtlijn hierdoor wordt gefrustreerd. De rechtbank overweegt dat de relevante bepalingen van het Vreemdelingenbesluit 2000 correct zijn geïmplementeerd en in lijn zijn met de Verblijfsrichtlijn. Het middelenvereiste geldt om het sociale bijstandsstelsel van het gastland te beschermen.
De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak in haar eerdere uitspraak en oordeelt dat eiser terecht wordt gevraagd aan te tonen dat hij gedurende de vijf relevante jaren beschikte over voldoende middelen van bestaan. Het feit dat eiser geen beroep heeft gedaan op het sociale bijstandsstelsel doet hieraan niet af. Omdat eiser dit niet heeft aangetoond, is de afwijzing van de aanvraag terecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard.