ECLI:NL:RBDHA:2018:11999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken mvv en inreisverbod bevestigd
Eiser, geboren in 1953 en met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van zijn privéleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste kon worden verleend. Tevens werd een inreisverbod van twee jaren opgelegd vanwege het niet tijdig verlaten van Nederland na een eerder terugkeerbesluit.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet in bezwaar is gehoord en dat verweerder onvoldoende is ingegaan op zijn beroep op artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder in het primaire besluit al uitvoerig heeft gemotiveerd waarom het belang van eiser niet opweegt tegen het algemeen belang van de overheid en dat het bezwaar kennelijk ongegrond is, zodat het horen niet verplicht was.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.