Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
9 oktober 2018 in tegenwoordigheid van A.S. Snel, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 oktober 2018 de zaak van een schuldenaar die sinds 6 juli 2015 onder de schuldsaneringsregeling viel. De bewindvoerder rapporteerde over de voortgang en beëindiging van de regeling. De kernvraag was of de schuldenaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, met name de sollicitatieplicht, en of deze tekortkoming hem kon worden toegerekend.
Uit het dossier bleek dat de schuldenaar niet voldoende had gesolliciteerd tussen juli 2015 en december 2017 en niet was vrijgesteld van deze verplichting. Dit vormde een toerekenbare tekortkoming. Echter, de schuldenaar kampte met een complexe psychische situatie, waaronder psychotische gedachten en paniekaanvallen, en had een zwak begaafd niveau. Hij was langdurig in behandeling bij GGZ Rivierduinen en opgenomen in het doelgroepenregister.
Ter zitting verklaarde de schuldenaar vrijwilligerswerk te hebben verricht en daarna in dienst te zijn genomen voor 32 uur per week, met uitzicht op een vast contract. Een GGD-rapport concludeerde dat dit het maximaal haalbare was. Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de tekortkoming van bijzondere aard was en niet verhinderde dat de schuldenaar de schone lei kreeg.
De overige verplichtingen uit de regeling waren naar behoren nagekomen en geen schuldeisers hadden bezwaar gemaakt. De rechtbank stelde de vergoeding van de bewindvoerder en het vastrecht vast en bepaalde dat de schuldsaneringsregeling eindigde met de schone lei, waarbij de verplichtingen van de schuldenaar op 6 juli 2018 waren geëindigd.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling eindigt met schone lei ondanks een toerekenbare tekortkoming in de sollicitatieplicht vanwege bijzondere omstandigheden.