ECLI:NL:RBDHA:2018:12100

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 oktober 2018
Publicatiedatum
10 oktober 2018
Zaaknummer
NL18.17524
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 5.4 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 6, tweede lid VwArt. 58, eerste lid VwBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring in ziekenhuislocatie

Eiser werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. Kort na inbewaringstelling kreeg hij een hartstilstand en werd hij overgebracht naar het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC), waar hij circa 200 uur in coma werd gehouden.

De rechtbank stelt vast dat het Erasmus MC geen aangewezen locatie is voor de tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring volgens artikel 5.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De voortzetting van de bewaring in het ziekenhuis is derhalve onrechtmatig.

Hoewel eiser vanwege zijn medische toestand niet kon verschijnen, is het beroep gegrond verklaard en beveelt de rechtbank de opheffing van de bewaring per 5 oktober 2018. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser geen immateriële schade aannemelijk heeft gemaakt.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van de proceskosten van €1.002,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 5 oktober 2018 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.17524

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser]

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep strekt van rechtswege ook tot toekenning van schadevergoeding.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Eiser is vanwege medische omstandigheden niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser voert aan dat de bewaring onrechtmatig voortduurt, omdat hij is overgebracht naar het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC). Het Erasmus MC is niet aangewezen als locatie voor het ondergaan van de vreemdelingenbewaring.
1.1.
Verweerder stelt dat de maatregel van bewaring feitelijk voortduurt, omdat eiser permanent onder toezicht staat van bewakers.
1.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat eiser kort na zijn inbewaringstelling een hartstilstand heeft gehad en direct (dezelfde dag) is overgebracht naar het Erasmus MC. Voor een periode van ongeveer 200 uur wordt eiser in coma gehouden.
1.3.
Op grond van artikel 5.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt, voor zover relevant, de bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vw ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel van de Koninklijke marechaussee, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Vw.
Het Erasmus MC is geen locatie waarin (het voortduren van) de maatregel van bewaring ten uitvoer kan worden gelegd. De wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel is dan ook onrechtmatig. Gezien de medische toestand van eiser is een bevel tot wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet aan de orde.
Voor zover een belangenafweging aan de orde is, geldt dat verweerder geen belangen heeft gesteld die volgens hem maken dat de bewaring rechtmatig voortduurt, ook al gebeurt dat niet op een daartoe aangewezen plaats.
De beroepsgrond slaagt.
2. Het beroep is gegrond en de maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf het moment dat deze ten uitvoer is gelegd in het Erasmus MC. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 5 oktober 2018.
3. De rechtbank ziet geen aanleiding aan eiser een schadevergoeding toe te kennen.
Weliswaar heeft de maatregel van bewaring onrechtmatig voortgeduurd, maar gezien de medische situatie van eiser tijdens en na zijn opname in het Erasmus MC acht de rechtbank niet aannemelijk dat hij voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade heeft geleden door de aanwezigheid van ambtenaren van de vreemdelingenpolitie in het ziekenhuis. Dergelijke schade heeft eiser ook niet gesteld.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,- en wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 5 oktober 2018;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van C. Groenewegen.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.