ECLI:NL:RBDHA:2018:12100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring in ziekenhuislocatie
Eiser werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. Kort na inbewaringstelling kreeg hij een hartstilstand en werd hij overgebracht naar het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC), waar hij circa 200 uur in coma werd gehouden.
De rechtbank stelt vast dat het Erasmus MC geen aangewezen locatie is voor de tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring volgens artikel 5.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De voortzetting van de bewaring in het ziekenhuis is derhalve onrechtmatig.
Hoewel eiser vanwege zijn medische toestand niet kon verschijnen, is het beroep gegrond verklaard en beveelt de rechtbank de opheffing van de bewaring per 5 oktober 2018. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser geen immateriële schade aannemelijk heeft gemaakt.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van de proceskosten van €1.002,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 5 oktober 2018 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.