ECLI:NL:RBDHA:2018:12103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2018
Publicatiedatum
10 oktober 2018
Zaaknummer
NL18.15419
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardig relaas en veilig land van herkomst Georgië

Eisers, burgers van Georgië, dienden op 7 augustus 2018 asielaanvragen in met het argument dat zij door problemen met een onderwereldfamilie en mishandelingen door een parlementariër niet veilig waren. Tevens stelde eiseres dat zij gedwongen was een abortus te ondergaan. De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond omdat Georgië als veilig land van herkomst wordt beschouwd en het relaas van eisers ongeloofwaardig was.

De rechtbank overwoog dat eisers geen originele identificatiedocumenten hadden overgelegd en hun verklaringen summier, vaag en tegenstrijdig waren. Ook ontbraken medische documenten, getuigenverklaringen en politieverklaringen die het verhaal konden ondersteunen. De terugkeer naar de woonplaats voor het huwelijk werd als onbevredigend gemotiveerd beoordeeld.

Verder stelde de rechtbank vast dat Georgië in het algemeen als veilig land van herkomst wordt beschouwd en dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat de Georgische autoriteiten hun verdragsverplichtingen niet nakomen of dat zij geen bescherming kunnen bieden. De problemen werden als privékwesties beoordeeld zonder voldoende bewijs van noodzaak tot bescherming.

Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees de asielaanvragen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens ongeloofwaardig relaas en veilig land van herkomst Georgië.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL18.15419 en NL.18.15421

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiser,

[naam 2], eiseres,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

ProcesverloopBij twee afzonderlijke besluiten van 21 augustus 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een asielvergunning in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.15420 en NL18.15422, plaatsgevonden op 20 september 2018. Beide partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet op zitting verschenen.

Overwegingen

1. Eisers zijn burgers van Georgië. Op 7 augustus 2018 hebben zij asielaanvragen ingediend. Aan die aanvragen ligt ten grondslag dat zij door hun relatie problemen hebben ondervonden met de onderwereldfamilie van eiseres. Eiser is bedreigd en beschoten. Ook is eiser mishandeld door de zoon van een parlementariër. Eiseres is gedwongen om abortus te plegen. De Georgische autoriteiten zijn niet in staat om in hun geval bescherming te bieden.
2. Verweerder stelt zich ten eerste op het standpunt dat onzekerheid blijft bestaan over de identiteit en herkomst van eisers, nu zij zonder verschoonbare reden geen enkel origineel identificerend document hebben overgelegd. De door eisers gestelde nationaliteit wordt gevolgd, nu zij in de Georgische taal zijn gehoord. Verweerder acht het asielrelaas van eisers ongeloofwaardig en wijst de asielaanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat Georgië als een veilig land van herkomst wordt beschouwd. [1]
3. Op wat eisers daartegen hebben aangevoerd, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het relaas van eisers ongeloofwaardig is, omdat zij zeer summiere, vage, ongerijmde en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Verweerder heeft daarnaast terecht tegengeworpen dat zij in de besluitvormingsfase geen enkel document ter onderbouwing van hun relaas hebben overgelegd, nu deze vanwege het relaas voorhanden moeten zijn geweest. Eisers hebben niet kunnen uitleggen waarom er geen ziekenhuisdocumenten, geen getuigenverklaringen van getuigen van de schietpartij, geen documenten van de politie of van hun huwelijk zijn ingebracht. De eerst in beroep ingebrachte medische verklaring kan slechts onderbouwen dat eiseres een abortus heeft ondergaan. Ook heeft verweerder de terugkeer van eisers naar [plaats] voor het huwelijk bevreemdend mogen achten, vanwege het gestelde gevaar dat eisers daar zouden lopen. De verklaring van eisers dat het huwelijk voor hen erg belangrijk was, heeft verweerder terecht als ontoereikend aangemerkt. Tot slot hebben eisers vaag en summier verklaard over de gestelde macht van de vader van eiseres.
5. Niet in geschil is dat Georgië in het algemeen als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat Georgië jegens hen zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, of dat de Georgische autoriteiten geen bescherming willen of kunnen bieden tegen voorkomende problemen. Hiertoe wordt ook overwogen dat niet is gebleken dat eisers op enige wijze bescherming nodig hebben gehad, nu de problemen in de privésfeer niet geloofwaardig zijn bevonden.
6. De aanvragen zijn terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Ingevolge artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000