ECLI:NL:RBDHA:2018:12145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende veiligheidsrisico in Ghazni
Eiser, een Afghaanse bekeerling uit Ghazni, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij niet kan terugkeren vanwege zijn bekering tot het christendom en de verslechterde veiligheidssituatie in Ghazni. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelt dat de bekering van eiser ongeloofwaardig is, omdat hij tegenstrijdige en summiere verklaringen gaf over zijn geloofsproces en motieven. Zijn eerdere verklaringen over praktiserend moslim zijn en het niet onthouden van islamitische gebruiken tot vlak voor zijn bekering, wekken twijfel. De doopakte is onvoldoende om de geloofwaardigheid te staven zonder overtuigende toelichting.
Daarnaast is de veiligheidssituatie in Ghazni volgens de rechtbank niet wezenlijk veranderd ten opzichte van eerdere uitspraken. Er is geen sprake van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn, en binnenlands beschermingsalternatief is aanwezig.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van een uitzonderlijke situatie in Ghazni.