ECLI:NL:RBDHA:2018:12164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Kameroense wegens ontbreken relevante nieuwe elementen
Eiser, een Kameroense nationaliteit dragende persoon, heeft sinds 2005 meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan de meeste zijn afgewezen. Na zijn uitzetting in 2012 en terugkeer in 2016, diende hij opnieuw asielaanvragen in die eveneens werden afgewezen. De huidige zaak betreft zijn derde asielaanvraag sinds zijn terugkeer in Nederland in 2016.
Eiser baseert zijn aanvraag op zijn vermeende inzet voor een onafhankelijk Engelstalig Zuid-Kameroen en de verslechterde veiligheidssituatie in Kameroen. Hij overlegt diverse documenten zoals notariële verklaringen, brieven van advocaten en mensenrechtenactivisten, een arrestatiebevel en landeninformatie. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen relevante nieuwe elementen of bevindingen zijn die afwijken van eerdere aanvragen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de overgelegde stukken onvoldoende nieuw en verifieerbaar bewijs bevatten. De stelling dat in Kameroen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Definitierichtlijn wordt niet gevolgd, omdat het geweld gericht is op specifieke groepen en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.