Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2018 in de zaken tussen
[eiser 1], eiser 1,
Procesverloop
Overwegingen
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De primaire besluiten en de daaropvolgende bestreden besluiten wezen de aanvragen af vanwege het ontbreken van voldoende bewijs van identiteit en het niet aannemelijk maken van de gezinsband met de referent.
De rechtbank oordeelt dat eiser 1 zijn identiteit niet heeft aangetoond met officiële documenten; het overgelegde document van Israëlische autoriteiten is onvoldoende en wijkt af van verklaringen. Ook is niet gebleken dat eiser 1 in bewijsnood verkeert, zodat aanvullend DNA-onderzoek niet aan de orde is. Eisers 2 en 3 hebben eveneens geen identificerende documenten overgelegd en hebben niet aangetoond dat zij in pleegouderschap zijn opgenomen, waardoor ook hun identiteit niet is vastgesteld.
Gezien het ontbreken van bewijs komt de rechtbank niet toe aan de overige aangevoerde gronden, zoals de Gezinsherenigingsrichtlijn en het IVRK. De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf blijft in stand.