ECLI:NL:RBDHA:2018:12417
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis en inbeslagname telefoons afgewezen behalve vergoeding inverzekeringstelling
Verzoeker werd verdacht van het invoeren en verkopen van valse merken, maar werd op 14 december 2017 vrijgesproken. Hij diende een verzoek in tot schadevergoeding voor schade door voorlopige hechtenis, inbeslagname van telefoons, waardevermindering van een domeinnaam en inkomstenderving door beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van €210 voor de twee dagen inverzekeringstelling (5-7 januari 2015). Voor de schade door inbeslagname van telefoons werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat deze schade niet rechtstreeks voortkomt uit de voorlopige hechtenis en via een andere procedure moet worden gevorderd.
De gevorderde schade aan de domeinnaam werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over eigendom. Ook de inkomstenderving werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat deze schade direct verband hield met de voorlopige hechtenis en omdat de webshop nog steeds actief is.
De rechtbank wees het verzoek, behalve de vergoeding voor de inverzekeringstelling, af en bepaalde dat het toegekende bedrag door de Staat aan verzoeker wordt voldaan.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt €210 vergoeding voor twee dagen inverzekeringstelling; overige schadevergoedingen worden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.