ECLI:NL:RBDHA:2018:12426
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht naar Italië
Verzoeker, een asielzoeker van Marokkaanse nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen feitelijke overdracht naar Italië, nadat de rechtbank Den Haag op 9 augustus 2018 het beroep tegen de niet-inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag ongegrond had verklaard. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening die de overdracht zou schorsen totdat op het bezwaar zou worden beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting en concludeert dat de aangevoerde gronden grotendeels overeenkomen met eerdere bezwaren die reeds zijn beoordeeld. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden na de uitspraak van 9 augustus 2018 aangevoerd die een schorsing van de overdracht rechtvaardigen.
Verwijzingen naar een andere zaak waarin een overdracht werd geannuleerd en medische bezwaren zijn onvoldoende onderbouwd om de overdracht te verhinderen. De huisarts ziet geen beletselen voor overdracht. Daarom is er geen reden om de overdracht naar Italië op te schorten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en legt geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht naar Italië is afgewezen.