ECLI:NL:RBDHA:2018:1243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Iraakse Arabier wegens ontbreken kwetsbare minderheid en onvoldoende vervolgingsgevaar
Eiser, een Iraakse Arabier uit Kirkuk, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege sektarisch geweld en discriminatie in Irak, met name in Kirkuk, gevaar liep. Zijn vader was in 2006 ontvoerd, hijzelf werd in 2007 opgepakt, en hij woonde met zijn familie op verschillende plaatsen in Irak vanwege onveiligheid.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij als Arabier in Kirkuk een kwetsbare minderheid vormt of dat hij een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade. De rechtbank bevestigde dat eiser sinds 2009 in Kirkuk woonde, met toestemming van de autoriteiten, en dat zijn familie daar nog steeds woont zonder problemen.
De rechtbank oordeelde dat de incidenten uit het verleden onvoldoende relevant zijn voor het huidige risico en dat het feit dat een café werd beschoten waar eiser aanwezig was, niet betekent dat hij persoonlijk doelwit was. De verwachting van eiser dat hij geen werk zou kunnen vinden in Kirkuk werd niet geloofd.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen gegronde vrees voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade.